12. apr, 2022

Een schaapje zonder vlek

Ik paste bij de kippen
niet in het kippenhok.
Van heel de kudde geiten
was ik de zondebok.

En zwemmend met de eenden
bleef ik steken in het riet.
Misschien was ik een vogel?
maar vliegen kon ik niet.

Ik was geen weidepaardje,
ik was geen melkkoe
Wat was ik dan voor diertje?
Waar moest ik dan naar toe?

Ik zocht steeds maar weer verder,
in elk hok en veld
Na overal te zoeken
was ik zo uitgeteld.

De hoop had ik verloren,
mijn pootjes deden pijn
Zou ik ooit nog ontdekken
welk diertje ik moest zijn?

Toen klonk er in de verte
een stem die riep naar mij
"Mijn lieve kleine schaapje,
je bent verdwaald." zei Hij

Het was een lieve herder
Zijn hand stak Hij mij toe
"Ik zal je dragen, schaapje
want jij bent veel te moe."

Ik hoorde bij de kudde
en oh wat was ik blij!
Niet langer was ik eenzaam
ik hoorde ergens bij

En bovenal bedacht ik:
Daar buiten ben ik gek.
Maar met mijn Herder ben ik
een schaapje zonder vlek.

Dichter onbekend